Hypotheken

De hypotheek is tegenwoordig niet meer zo ingewikkeld als vroeger. Voor nieuwe hypotheken kunt u tegenwoordig alleen onder bepaalde voorwaarden de rente aftrekken. U moet de hypotheek in 30 jaar aflossen volgens minimaal een annuïtair schema. Ten opzichte van de vele hypotheekvormen die er vroeger waren, zijn er door de nieuwe regels nu eigenlijk nog maar 2 aantrekkelijke soorten: de annuïteitenhypotheek en de lineaire hypotheek.

Wat u moet kiezen? Dat hangt af van wat u wilt. Een annuïteitenhypotheek zorgt voor stabiele lasten maar is netto wel wat duurder. Een lineaire hypotheek is goedkoper, maar u moet dan wel bereid zijn bij aanvang meer te betalen per maand.

Een hypotheekadviseur helpt u de juiste hypotheek te kiezen.

Annuïteitenhypotheek

  • U betaalt maandelijks een vast bedrag. Dit bedrag bestaat uit rente en aflossing.
  • In het begin van de looptijd betaalt u veel rente en lost u weinig af. Later is dat omgekeerd: u betaalt dan weinig rente en lost veel af.
  • Aan het einde van de looptijd heeft u de hele hypotheek afgelost.
  • Als u gebruikmaakt van hypotheekrenteaftrek zijn de netto lasten in het begin laag. Later lopen de maandlasten op.

Lineaire hypotheek

  • U lost elke maand hetzelfde bedrag af. Bijvoorbeeld 1/360e deel bij een looptijd van 30 jaar.
  • U betaalt rente over de resterende schuld.
  • De maandelijkse lasten zijn in het begin hoog, maar gaan later omlaag.
  • Aan het einde van de looptijd heeft u de hypotheek helemaal afgelost.

Oudere hypotheekvormen

Heeft u vóór 1 januari 2013 een woning gekocht, dan kan het zijn dat u een ander type hypotheek hebt afgesloten. De rente was destijds ook bij deze hypotheken aftrekbaar. Koopt u een nieuwe woning en had u al zo’n hypotheek, dan kunt u hier soms een deel van meenemen naar uw nieuwe hypotheek.

Spaarhypotheek

  • U betaalt iedere maand een bedrag aan rente.
  • U lost niets af.
  • In plaats van af te lossen, spaart u tijdens de looptijd het volledige bedrag bij elkaar om de hypotheek af te lossen.
  • Aan het einde van de looptijd kunt u uw hypotheek zeker aflossen.
  • U spaart via een levensverzekering of een bankspaarrekening. Bij een levensverzekering betaalt u een deel van de premie voor een overlijdensrisicoverzekering. Bij banksparen is dit niet zo. U kunt er voor kiezen een losse overlijdensrisicoverzekering af te sluiten. De rente die u ontvangt is altijd gelijk aan de hypotheekrente. Zo hebt u geen last van renteschommelingen.

Beleggingshypotheek

  • U betaalt naast rente maandelijks een bedrag waarmee belegd wordt.
  • De opbrengst aan het eind van de looptijd is volgens planning genoeg om uw hypotheek af te lossen. Dit hangt echter af van de ontwikkelingen op de beurs.
  • Een beleggingshypotheek kan meer opleveren, maar u hebt ook meer onzekerheid.
  • U belegt zelf of via een levensverzekering. Ook betaalt u vaak een premie voor een overlijdensrisicoverzekering.

Aflossingsvrije hypotheek

  • U lost tijdens de looptijd niets af. U betaalt alleen rente, die aftrekbaar is.
  • Dit kan alleen voor een deel van de hypotheek, of als er genoeg overwaarde is.
  • U zorgt zelf voor het opbouwen van vermogen zodat u aan het eind van de looptijd kunt aflossen.
  • Hybride hypotheek

Dit is een combinatie van hypotheken: een deel spaarhypotheek, een deel beleggen en een deel aflossingsvrij

Bron: Nibud en Wegwijs